Nautische terminologie

Vier vocabulairevragen. Die haal je met geheugenwerk en een tekening van de boot.

Oefen dit onderwerp

Kernbegrippen

Obra viva: onderwaterschip (onder de waterlijn). Obra muerta: bovenwaterschip (erboven). Amura: boegzijde (richting voorschip, proa). Aleta: hekzijde (richting achterschip, popa).

Asiento (trim): diepgang achter min diepgang voor (calado de popa − calado de proa). Positief bij achterlastigheid (apopado). Escorar is hellen (krengen) en adrizar is zich oprichten.

Cuadernas zijn de spanten (ribben). Baos zijn de dekbalken. Quilla (kiel), roda (voorsteven) en codaste (achtersteven) vormen de langsscheepse ruggengraat.

Activiteiten

Vragen in dit onderwerp